Skip to main content
< Alle onderwerpen

Mythes over werkgeluk: wat is waar?

Mythes werkgeluk

Mythes over werkgeluk: wat is waar?

Mythe 1: werkgeluk is een oppervlakkige hype

Met de toenemende aandacht voor werkgeluk komt ook de kritiek. Het kritiekpunt dat we het meest horen, is dat werkgeluk een ‘oppervlakkige en commerciële hype’ is. Sommige mensen denken dat we met werken aan werkgeluk bedoelen dat je altijd positief en gelukkig moet zijn. En daar bestaat, begrijpelijk, aversie tegen. We hebben wel eens gehoord dat iemand ‘tegen werkgeluk’ was. Bij doorvragen bleek hij inderdaad het oppervlakkige Facebook- en Instagramgeluk te bedoelen. Het beeld dat de media schetsen over ballenbakken, kantooryoga en andere hippe kantoorgadgets, doet dat geen goed.

Daarbij lopen we het gevaar dat een oppervlakkige benadering van werkgeluk te hoge verwachtingen oproept van hoe leuk, succesvol en gewaardeerd we ons iedere dag moeten voelen. Als ons werk even niet leuk is, zijn we teleurgesteld en kunnen we zelfs het gevoel hebben te falen. Als we er zo naar kijken, slaan we de plank mis en maakt het dat we minder goed kunnen omgaan met negativiteit. Terwijl negatieve emoties ook bij het leven horen en een belangrijke functie hebben.

 

 Mythe 2: werkgeluk is een doel op zich

Kun je streven naar geluk en moeten we dat willen? Goed beschouwd is geluk geen permanente staat van zijn. Het verandert steeds onder invloed van ons handelen. Om met de woorden van Johan Cruyff te spreken: ‘Om gelukkig te zijn moet je dingen doen waar je gelukkig van wordt.’ De ene keer werkt dat wel en de andere keer niet. En het is dus ook geen vinkje op een to-dolijstje. Geluk komt en gaat en soms merk je pas achteraf dat het er was. De kunst is om het te leren te zien en erbij stil te staan. Dat maakt ook dat je, in welke rol dan ook, in de eerste plaats zelf verantwoordelijk bent voor je werkgeluk.

 

Mythe 3: geluk is de afwezigheid van ongeluk

Mensen kijken op verschillende manieren naar de wereld en dat betekent dat sommigen een pessimistischer wereldbeeld hebben dan anderen. Een deel van hen gaat ervan uit dat het leven vooral ongeluk brengt. Want, zo denken ze, als dat het startpunt is, kan het alleen maar meevallen als het niet zo is. In zekere zin hebben ze gelijk en lijkt aan deze pessimistische kijk geen nadeel te kleven. Lijkt, want deze manier van kijken gaat niet leiden tot grote veranderingen, bijzondere prestaties of een geluksgevoel. Het wegnemen of tegenhouden van dingen die ons ongelukkig maken, leidt op zijn hoogst tot middelmatigheid. En daar wordt uiteindelijk niemand blij van.

 

Mythe 4: de ultieme focus op werkgeluk, daar draait het om

Wij zien het als onze missie om werkgeluk in organisaties normaal te maken. We vragen er aandacht voor en hopen dat organisaties het onderwerp van gesprek maken. Maar… daaraan kleeft ook een risico. Uit onderzoek blijkt namelijk dat ‘te veel focussen op geluk’ ongelukkig kan maken. Deze studie is een vervolg op eerder onderzoek waarin studenten voorafgaand aan het maken van wiskundeopgaven een komische of droevige film te zien kregen. Daarbij bleek dat de kijkers naar de komische film beter scoorden dan de kijkers naar de droevige film. In het nieuwe onderzoek werd echter iets anders gedaan. De hele groep kreeg een komische film te zien, maar de helft kreeg vóór het kijken een stuk te lezen waarin het belang van gelukkig zijn werd benadrukt. De andere helft kreeg niets te lezen. Na afloop van de film werd aan alle proefpersonen gevraagd hoe gelukkig ze zich voelden. De groep die het stuk had gelezen, voelde zich minder gelukkig. Conclusie? Als geluk een ‘moetje’ wordt, werkt het niet. Werkgeluk in organisaties tot een prestatie-indicator maken en dat structureel proberen te vergroten kan dus een tegengesteld effect hebben. Er te veel over praten ook. En zelfs het meten van werkgeluk kan daaraan bijdragen. Voor sommige mensen doet iedere dag of iedere week de vraag ‘hoe gelukkig ben je?’ af aan hun geluk.

 

Mythe 5: werkgeluk is hetzelfde als engagement

Er is in het werkveld veel spraakverwarring over hoe engagement en werkgeluk met elkaar samenhangen. In de Nederlandse vertaling van het woord ‘engagement’ ligt een deel van deze verwarring besloten. Organisaties spreken over employee engagement, wat letterlijk medewerkersbetrokkenheid betekent. Dit verwijst naar de relatie die een medewerker heeft met zijn werkgever, hoe betrokken iemand zich voelt bij de organisatie. Work engagement refereert aan betrokkenheid bij het werk zelf, maar wordt vaak vertaald met ‘bevlogenheid’. Doordat de vertalingen door elkaar worden gebruikt, is er onduidelijkheid. Werkgeluk is een breder concept. We kennen mensen die heel bevlogen waren, maar tegelijkertijd niet gelukkig op hun werk, Ze voelden geen verbinding met hun werkgever en met hun collega’s. Een beter aanbod van een andere werkgever en de overstap was snel gemaakt. Andersom zien we ook dat er mensen zijn die heel betrokken zijn bij het doel van de organisatie, maar niet meer warmlopen voor de inhoud van het werk. Ook van hen konden we geen grote successen meer verwachten. Werkgeluk omvat aspecten als werktevredenheid, bevlogenheid, betrokkenheid en vitaliteit, en is zowel oorzaak als gevolg van succes. Door alleen te focussen op engagement in plaats van op werkgeluk als geheel doen we onszelf, als medewerker en als organisatie, tekort. Wat wil je liever zijn, gelukkig of ‘engaged’?

 

 

Inhoudsopgave